Volg mij op facebook!

Ariëlla Kornmehl

Biografie

Ariëlla Kornmehl

  • 1975 Geboren in Amsterdam
  • 1994-1999 Studie filosofie aan de Universiteit van Amsterdam
  • 1998-2000 Verblijf in Johannesburg
  • 2001 Debuut Huize Goldwasser bij uitgeverij Vassallucci
  • 2005 De vlindermaand bij uitgeverij Cossee. De vlindermaand is inmiddels vertaald en verschenen bij: Actes Sud (France), Bloomsbury Berlin (Germany) , Scribe (Australia), Zero91 (Italy),  Sifriat Poalim (Israel) en Altin Bilek (Turkey).
  • 2006 De Familie Goldwasser  bij Uitgeverij Cossee (luisterboek).
  • 2007 De Familie Goldwasser bij Uitgeverij Cossee (roman).
  • 2009 Een stille moeder bij Uitgeverij Cossee (roman).
  • 2011 'Was du mir verschweigst' bij CH Beck Verlag.
  • 2011 EEN STILLE MOEDER WINT BOEKDELENPRIJS 2011.
  • 2013 Wat ik moest verzwijgen bij Uitgeverij Cossee (roman).

 

Volkskrant, 9 december 2005

KIEZEN VOOR OVERGAVE, DAT GETUIGT VAN KRACHT

Interview door Wineke de Boer / De Volkskrant

Ariëlla Kornmehl (1975) schreef haar tweede, goed ontvangen roman, De vlindermaand, in Johannesburg. De angst die ze daar voelde, noemt ze 'een interessante ontwikkeling', die ze ook verwerkte in haar boek.

Ze is jong en heeft filosofie gestudeerd. Die studie blijkt alles te maken te hebben met de achtergrond van Ariëlla Kornmehl (1975): 'Ik kom uit een traditioneel joods milieu, ken de bijbel, ben naar een joodse school gegaan en heb Hebreeuws geleerd, maar ik had altijd mijn vragen bij religie. Daarom ben ik filosofie gaan studeren: juist het rationele vind ik interessant.

'Het was voor mij ook een proef om te onderzoeken of ik nu eigenlijk zelf wel religieus was, of dat het door mijn opvoeding kwam.' En? Ze moet lachen. 'Mijn ouders zijn er heel blij mee. Meteen in het eerste jaar van de studie werden anti-godsbewijzen geleverd en ben ik gaan twijfelen. Ik ben heel kritisch geworden, maar ik ben er nog steeds niet uit. Je geloof raak je niet zo makkelijk kwijt.'

 

Tijdens haar studie was ze ervan overtuigd dat ze zou promoveren en filosofe ging worden. Maar bij het schrijven van haar scriptie, over Aristoteles, kreeg ze steeds wanneer ze een hoofdstuk had ingeleverd hetzelfde commentaarvan haar begeleider: 'Het is boeiend geschreven. Maar het lijkt te veel op een roman. Dát is niet de bedoeling van een wetenschappelijk werk.'

 

Haar debuutroman schreef ze, net als haar doctoraalscriptie, in Johannesburg, waar ze in 1998 naartoe verhuisde. Ze had er alle tijd voor: 'Mijn man werd daarheen gezonden voor zijn werk en ik mocht mee. Ik had geen werkvergunning, maar omdat ik nog studeerde was dat geen probleem.

 

'Daar ontdekte ik dat ik van schrijven hield en dat ik het prettig vond om alleen te zijn. Je komt daar terecht in een samenleving waar je niemand kent en die overwegend zwart is. Ze zaten daar echt niet te wachten op een blanke buitenlander.'

 

Zonder werkomgeving was ze op zichzelf aangewezen. Ze vond dat behalve spannend ook eng. De angst die ze daar gekend heeft, noemt ze rationeel 'een interessante ontwikkeling'. Ze verwerkte die angst in haar roman De vlindermaand, die vorige week in Cicero lovend werd besproken.

Het boek gaat over Joni, een jonge vrouw die halsoverkop naar Zuid-Afrika vertrekt nadat ze er op een nare manier achter is gekomen dat ze een DES-dochter is en geen kinderen kan krijgen. Haar ouders hebben dat haar hele leven voor zich gehouden en Joni komt er pas achter in het ziekenhuis als haar baarmoeder is verwijderd.

 

Ze heeft met haar familie en haar vriend gebroken en probeert zich in Afrika staande te houden door hard te werken als arts, op de eerstehulpafdeling van een ziekenhuis. De angst die Kornmehl in Zuid-Afrika voelde, bleek ze altijd al in zich te hebben gehad, alleen kwam die vóór die tijd, in het gewone Amsterdam, nooit naar buiten.

 

Ook Joni, de hoofdpersoon in de roman, krijgt te maken met onvermoede angsten. Ze kan er alleen niet zo goed mee omgaan als de schrijfster. De Afrikaanse nacht, die zo donker is dat je geen hand voor ogen ziet, doet haar diep wegkruipen onder de dekens. Ze schrikt van elk ritseltje dat ze hoort, en wanneer het onweert ligt ze de hele nacht wakker. Die angst moet zo snel mogelijk weer verdwijnen, net als al die andere gevoelens die haar leven in de war sturen. Daarom werkt ze maar door, om niet te hoeven voelen.

Kornmehl: 'Ze beschermt zich voor wat ze voelt, want dat is makkelijker en veiliger. Iedere keer als ze te dicht bij haar gevoel komt, zoals wanneer ze erachter komt dat ze onvruchtbaar is of wanneer die liefde afloopt, dan rent ze eigenlijk weg. Maar tegelijkertijd gaat ze ook stiekem op zoek naar die kern, die donkere binnenkant. Bang zijn doe je met je hele lichaam, het is een bepaalde kwetsbaarheid, een overgave waardoor je heel dicht bij jezelf bent. En eigenlijk vindt ze dat heel fijn.'

 

Overgave en afhankelijkheid zijn thema's die Kornmehl bezighouden. Joni ziet zichzelf het liefst als een onafhankelijk persoon. De banden met thuis zijn doorgesneden. Ze nodigt haar collega alleen uit om seks met hem te hebben en ze schaamt zich eigenlijk om met haar huishoudster Zanele over persoonlijke dingen te spreken. 'Maar tegelijkertijd betrapt ze zichzelf erop dat ze hunkert naar contact.

 

'Met Zanele ontstaat een scheve verhouding: in principe is Joni de blanke vrouw die weet hoe de wereld in elkaar zit. Zanele is de zwarte vrouw die niet kan lezen en schrijven. Je verwacht dus dat Joni meer macht heeft in de relatie, maar het omgekeerde is het geval: Zanele begrijpt hoe alles daar in elkaar steekt, voelt alles goed aan en heeft ook snel vat op Joni. De verhouding verschuift en Joni wordt veel afhankelijker van Zanele dan andersom.'

 

De schrijfster ziet die afhankelijkheid niet als een zwakte: 'Wanneer jonge vrouwen in deze tijd kiezen voor afhankelijkheid, voor overgave, zie ik dat als een kracht, terwijl het voor onze generatie eigenlijk not done is. Mijn hoofdpersoon laat ik afhankelijk zijn omdat ik dat een positieve eigenschap vind. Met overgave krijg je een bepaalde diepte in een relatie en in het leven. Juist door je afhankelijk op te stellen kunnen mensen dichterbij komen. Maar ik laat de hoofdpersoon worstelen met die afhankelijheid, want ja, het is een vrouw van vandaag.

 

'Ze slaagt er ook niet in zich over te geven aan het leven, zich neer te leggen bij haar lot, die onvruchtbaarheid. In mijn debuut heb ik ook al een worsteling van een jonge vrouw beschreven. Daarbij wil ik haar ook zoveel mogelijk uitkleden, zoveel mogelijk van iemand afpellen, om te zien wat ik overhoud, hoe sterk iemands ruggengraat is.'

In haar eerste roman, Huize Goldwasser, blijft de hoofdpersoon uiteindelijk wel overeind, ondanks de dood van haar geliefde en de te hoge verwachtingen van haar vader waaraan ze probeert te voldoen. Haar ruggengraat is sterk genoeg gebleken.

 

Joni echter gaat kapot aan het leven dat ze leidt. 'Dat komt door haar isolement. Ze snijdt alle banden door, komt in een nieuwe omgeving, maar maakt daar geen deel van uit. Haar wereld wordt steeds kleiner. Ze heeft niet door wat ze zichzelf aandoet: niemand kan haar wijzen op waar ze mee bezig is, ze zakt steeds dieper weg. De huishoudster Zanele is de enige die dichtbij mag komen, maar die is verder niet zo geïnteresseerd in hoe het echt met haar gaat. Ze zegt wel dat ze te dun is en dat ze met haar mannelijke collega een relatie moet opbouwen, want dát is belangrijk in Afrika. Maar ze komt niet bij de echte kern, dat is ze niet gewend.

 

'Als je moet zorgen dat je kinderen te eten hebben, dan ga je niet zo diep op die vragen in. Ik maak het Joni zo ook wel heel moeilijk om er weer uit te komen.'

 

Dat lijkt moeilijk te rijmen met wat Ariëlla Kornmehl in een eerder interview zei naar aanleiding van haar debuut, namelijk dat het leven vooruitgang is. 'Dat wil ik geloven', haast ze zich nu te zeggen. 'In dit boek is weinig vooruitgang, maar dit is Afrika. Wij hier in het Westen hebben de mogelijkheid om vooruit te gaan, we kunnen ons ontwikkelen. Als je het zelf niet kan financieren, kun je bij de overheid aankloppen om een studie te doen. Wij hebben mogelijkheden.

 

'In Afrika voel je dat dat niet bestaat, vandaar dat het boek die kant opgaat. Fred de Vries noemde dat in zijn recensie (Cicero van vorige week) de Coetzeeiaanse onafwendbaarheid van het lot. Daarmee heeft hij mooi de kern te pakken.'

 

Zuid-Afrika boeide Kornmehl. 'Het land heeft een traagheid die ik probeer in de stijl van het boek weer te geven. De lokale bevolking kan zonder tijd leven, en zonder weekindeling.'

Dat komt inderdaad in het boek terug: elke scène begint op een nieuwe dag, en dat zou willekeurig welke dag kunnen zijn. 'Dat is typerend voor Afrika. Het is een laid back culture. Maar ik was vooral gefascineerd door de post-apartheid-samenleving. Als je daarin terechtkomt zonder ooit in apartheid te hebben geleefd, dan begrijp je heel veel niet.

 

'In het boek gaat Joni met Zanele mee naar een drogerij en wordt weggehoond. Zulke dingen heb ik zelf ervaren, en dan merk je hoe slecht je de samenleving kunt lezen omdat je die geschiedenis niet hebt meegemaakt. Ik voelde me soms net een blanke Afrikaner die slechte dingen had gedaan, terwijl ik er nooit geweest was! Dat heeft me wel beziggehouden.'

 

Desondanks is Kornmehl met spijt uit Afrika vertrokken: 'De enige manier om nog langer in Afrika te blijven was door een roman te schrijven die zich daar afspeelt.